jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

extra: tegenwoordige tijd of verleden tijd 1

In welke tijd staat deze zin? Je kunt steeds kiezen uit twee tijden:

  • tegenwoordige tijd (dat is nu)
  • verleden tijd (dat is al geweest)

Kies bij elke zin uit de juiste tijd.

1:
  • Jozua
  • basketbalde
  • in
  • het
  • park.
2:
  • Frederique
  • voetbalt
  • graag.
3:
  • Danny
  • houdt
  • van
  • Soraya.
4:
  • Mirjam
  • is
  • lief.
5:
  • Het
  • sneeuwde
  • vorig
  • jaar
  • met
  • kerst.
6:
  • Robbert
  • bakt
  • een
  • taart
  • voor
  • zijn
  • juf
  • Nederlands.
7:
  • De
  • kat
  • plaste
  • naast
  • de
  • kattenbak.




Voor € 15,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende oefening

  • oefening naam