jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

extra: na of naar 1

Wanneer gebruik je na en wanneer gebruik je naar? Lees eerst over het verschil tussen na en naar.


Vul in: na of naar.

1: het sporten heb ik vaak veel dorst.

2: Ik ga de sportschool.

3: acht uur ben ik te moe om nog huiswerk te maken.

4: Ik ga de markt.

5: Solange gaat met haar fiets de fietsenmaker.

6: Kato, wil je schooltijd met mij huiswerk maken?

7: Bossis gaat fluitend zijn werk in Eindhoven.

8: Wil jij even de brievenbus lopen?

9: Wil jij de rekenles nog meer rekenen oefenen?

10: Mag ik je de les iets vragen?

Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende oefening

  • oefening naam