jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

extra: NT2 verkleinwoorden in zinnen 1

Score

0%



In deze oefenzinnen ga je van de zelfstandig naamwoorden een verkleinwoord maken. Je kunt de uitleg van de verkleinwoorden lezen of je kunt eerst het verkleinwoord los oefenen

1: Wat een klein (teen) zit aan jouw (voet)!

2: Jij hebt een vies (nagel) aan jouw (vinger).

3: Er zit een (stof) in mijn (oog).

4: Doe jij je (been) maar in je (broek).

5: Het (muts) mag op je (hoofd).





Uitleg over: verkleinwoorden basisregels
volgende oefening:
NT2 verkleinwoorden in zinnen 2

Voor maar € 9,- per jaar leer je alles over de Nederlandse spelling en grammatica. Bestel nu!

Oefeningen:

Feit of mening

Objectief of subjectief

Het alfabet

Als of dan

Opsomming

Tegenstelling

Voorbeeld

Tekstverbanden

Signaalwoorden

Interpunctie

Afbreken

Lidwoorden invullen

Aanwijzend voornaamwoord invullen

Wederkerende voornaamwoorden invullen

Werkwoordstijden

Wijten of danken

Voegwoorden

Hoofdzinnen en bijzinnen

Niet of geen

NT2

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2020. Alle rechten voorbehouden.