jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

woordenschat: woord in uitdrukking invullen 2

In het dagelijkse taalgebruik wordt erg vaak figuurlijk taalgebruik gebruikt. Oefen met het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik

Voorbeelden van figuurlijk taalgebruik zijn spreekwoorden en uitdrukkingen. In deze oefening ga je aan de slag met uitdrukkingen. 

Er is steeds een woord weggelaten in de uitdrukking. Vul het juiste woord in.

1: iets maken - iets opeten of opdrinken

2: iets op een laag zetten - iets krijgt minder aandacht

3: tegen de lopen - betrapt worden

4: een slag om de arm - iets onder voorbehoud afspreken

5: hoog van de toren - opscheppen

6: iemand iets op de mouw - iemand iets wijsmaken

7: als paddenstoelen uit de schieten - snel en in grote massa tevoorschijn komen

Ben jij onzeker over je taal? Verbeter je spelling en grammatica voor maar € 15,- per jaar. 

Inloggen
Score
0%

Volgende oefening

  • oefening naam