jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: onvoltooid deelwoord in zin 2

Score

0%


In de onderstaande zinnen vul je steeds het onvoltooid deelwoord/tegenwoordig deelwoord in. 

1: (Balen) ging ik naar school.

2: Jessica ruimde (mopperen) haar kamer op.

3: Lisa ruimde (huilen) haar kamer op.

4: Naomi vertelde (lachen) dat haar kamer al lang was opgeruimd.

5: (Liggen) in bed las de juf de nieuwste roman van Dijkzeul.

6: (Nagelbijten) startte hij zijn presentatie.

7: (Genieten) sabbelde ze op haar lolly.

8: (Hinniken) rende het prachtige paard het weiland af.

9: De kat gaf (miauwen) aan dat het haar niet beviel.

10: (Blaffen) deed de hond zijn behoefte.





Uitleg over: onvoltooid deelwoord
vorige oefening:
onvoltooid deelwoord in zin 1
volgende oefening:
onvoltooid deelwoord in zin 3

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Werkwoordrij

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Persoonsvorm TT en VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Vormen van het werkwoord herkennen

Werkwoordspelling door elkaar

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2018. Alle rechten voorbehouden.