jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: werkwoordspelling pv, vd 2

Score

0%


In deze oefeningen komen zowel de persoonsvorm als het voltooid deelwoord aan bod. Het is dus belangrijk dat je de verschillende vormen van het werkwoord herkent en dat je alle regels van de werkwoordspelling kent en goed toepast.

Bij de
persoonsvorm kies je voor de tegenwoordige tijd, tenzij in de zin duidelijk staat aangegeven dat het verleden tijd moet zijn.

1: Wie (hebben) die tomaten (vervoeren)?

2: Tygo (verblinden) zijn tegenliggers met de koplampen van zijn nieuwe BMW.

3: Opa Piet (verwennen) zijn kleinkinderen altijd.

4: Oma (zijn) vroeger zelf ook erg (verwennen) door haar oma.

5: Milan (zijn) gisteren alweer (vallen) met zijn Space Scooter.





vorige oefening:
werkwoordspelling pv, vd 1
volgende oefening:
werkwoordspelling pv, vd 3

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Werkwoordrij

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Persoonsvorm TT en VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Vormen van het werkwoord herkennen

Werkwoordspelling door elkaar

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2018. Alle rechten voorbehouden.