jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: tegenwoordige tijd ik en hij 1

Score

0%


In de onderstaande oefening oefen je met de werkwoordsvorm bij 'ik' en bij 'hij'. Lees eerst de uitleg over de tegenwoordige tijd. Je kunt ook direct moeilijkere oefeningen maken met de werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd. 

Zet het werkwoord in de tegenwoordige tijd. 

1: rennen - ik , hij

2: lopen - ik , hij

3: lezen - ik , hij

4: schrijven - ik , hij

5: worden - ik , hij





volgende oefening:
tegenwoordige tijd ik en hij 2

Voor maar € 9,- per jaar leer je alles over de Nederlandse spelling en grammatica. Bestel nu!

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Werkwoordrij

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Persoonsvorm TT en VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Vormen van het werkwoord herkennen

Werkwoordspelling door elkaar

Werkwoordspelling samengestelde zinnen

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2021. Alle rechten voorbehouden.