jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: onvoltooid deelwoord in zin 1

Score

0%


In de onderstaande zinnen vul je steeds het onvoltooid deelwoord/tegenwoordig deelwoord in. 

1: (Lopen) ging Kristiaan naar huis.

2: (Rennen) ging Rick naar huis.

3: (Fietsen) ging Tim naar huis.

4: (Zingen) liep Bert naar huis.

5: (Huilen) liep ik naar huis.

6: (Fluiten) liep Naomi naar huis.

7: (Lachen) vertelde Jorn de mop.

8: (Stotteren) vertelde ik het hele verbaal.

9: (Zuchten) vertelde Femke het hele verhaal.

10: (Puffen) liep de docent op de trap naar boven.





Uitleg over: onvoltooid deelwoord
volgende oefening:
onvoltooid deelwoord in zin 2

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Werkwoordrij

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Persoonsvorm TT en VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Vormen van het werkwoord herkennen

Werkwoordspelling door elkaar

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2018. Alle rechten voorbehouden.