jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

woordsoorten: Betrekkelijk voornaamwoord 2

Score

0%


1: De kat die daar loopt, heeft een gebroken poot.

2: De beer die in het hok zit, is erg ongelukkig.

3: Het vrolijke konijn dat daar rent, is van mijn buurmeisje.

4: De stekelige egel die daar op de weg wandelt, loopt het risico dat ze over hem heen rijden.

5: Het witte paard dat op het dak loopt, is het paard van Sinterklaas.

6: De gevaarlijke krokodil die in jouw bil beet, had gewoon erg honger.

7: De aap die daar boven in de boom zit, heeft een klein banaantje gekregen van de oppasser.

8: De grote, gevaarlijke en stinkende hond die los mocht lopen, heeft op het gras gepoept.

9: De tijger die verliefd was op de leeuw, werd uitgelachen door de andere tijgers.

10: De wilde zalm die net nog op mijn bord lag, was echt heel erg lekker.





Uitleg over: Betrekkelijk voornaamwoord (relatief pronomen)
vorige oefening:
Betrekkelijk voornaamwoord 1
volgende oefening:
Betrekkelijk voornaamwoord 3

Voor maar € 9,- per jaar leer je alles over de Nederlandse spelling en grammatica. Bestel nu!

Oefeningen:

Lidwoorden

Zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Voorzetsels

Werkwoorden

Zelfstandige Werkwoorden

Hulpwerkwoorden

Koppelwerkwoorden

Voegwoorden

Telwoorden

Persoonlijk voornaamwoord

Bezittelijk voornaamwoord

Wederkerend voornaamwoord

Wederkerig voornaamwoord

Vragend voornaamwoord

Aanwijzend Voornaamwoord

Betrekkelijk Voornaamwoord

Onbepaald Voornaamwoord

Bijwoord

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2020. Alle rechten voorbehouden.