jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

woordsoorten: voorzetselbijwoord 1

Score

0%


Een voorzetsel wordt vaak verward met een stukje van een scheidbaar werkwoord, dat wordt een voorzetselbijwoord genoemd. In deze opdracht ga je de verschillen leren herkennen. Lees eventueel de uitleg van het voorzetsel, of maak eenvoudige oefeningen over voorzetsels en scheidbare werkwoorden.

Klik op de gemarkeerde woorden en geef aan of het een voorzetsel of een voorzetselbijwoord is. 

1:
  • Het
  • meisje
  • maakte
  • zichzelf
  • op
  • haar
  • kamer
  • op
  • .
2:
  • Vera
  • maakte
  • zich
  • op
  • op
  • de
  • badkamer.
3:
  • Ze
  • maakte
  • zich
  • op
  • met
  • haar
  • nieuwe
  • make-up
  • uit
  • haar
  • tas.
4:
  • Donna
  • gaf
  • over
  • in
  • de
  • tuin
  • van
  • de
  • buren.
5:
  • Tussen
  • de
  • planten
  • van
  • de
  • tuin
  • pakte
  • ze
  • haar
  • cadeautje
  • uit
  • .




Uitleg over: Voorzetsel (prepositie) uitgebreid
volgende oefening:
voorzetselbijwoord 2

Voor maar € 9,- per jaar leer je alles over de Nederlandse spelling en grammatica. Bestel nu!

Oefeningen:

Lidwoorden

Zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Voorzetsels

Werkwoorden

Zelfstandige Werkwoorden

Hulpwerkwoorden

Koppelwerkwoorden

Voegwoorden

Telwoorden

Persoonlijk voornaamwoord

Bezittelijk voornaamwoord

Wederkerend voornaamwoord

Wederkerig voornaamwoord

Vragend voornaamwoord

Aanwijzend Voornaamwoord

Betrekkelijk Voornaamwoord

Onbepaald Voornaamwoord

Bijwoord

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2020. Alle rechten voorbehouden.