jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

woordsoorten: voorzetsel of scheidbaar werkwoord 1

Score

0%


In deze grammaticaoefening ga je het verschil leren tussen woorden die een voorzetsel zijn en woorden die een deel zijn van een scheidbaar werkwoord (voorzetselbijwoord). Klik hier voor moeilijkere oefeningen over het voorzetselbijwoord.

Klik op het gemarkeerde woord en geef aan of het een deel is van een scheidbaar werkwoord of een voorzetsel. 

1:
  • Adriana
  • loopt
  • op
  • de
  • trap.
2:
  • Petronella
  • geeft
  • het
  • op
  • !
3:
  • Wilhelmina
  • legt
  • het
  • briefje
  • op
  • de
  • tafel.
4:
  • Cornelia
  • hangt
  • de
  • telefoon
  • op
  • .
5:
  • Catharina
  • neemt
  • de
  • telefoon
  • op
  • .
6:
  • Wilhelmus
  • klimt
  • op
  • het
  • dak.




Uitleg over: Voorzetsel (prepositie)
volgende oefening:
voorzetsel of scheidbaar werkwoord 2

Voor maar € 9,- per jaar leer je alles over de Nederlandse spelling en grammatica. Bestel nu!

Oefeningen:

Lidwoorden

Zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Voorzetsels

Werkwoorden

Zelfstandige Werkwoorden

Hulpwerkwoorden

Koppelwerkwoorden

Voegwoorden

Telwoorden

Persoonlijk voornaamwoord

Bezittelijk voornaamwoord

Wederkerend voornaamwoord

Wederkerig voornaamwoord

Vragend voornaamwoord

Aanwijzend Voornaamwoord

Betrekkelijk Voornaamwoord

Onbepaald Voornaamwoord

Bijwoord

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2020. Alle rechten voorbehouden.