jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

woordsoorten: Bezittelijk voornaamwoord 2

Score

0%


Klik op de woorden om ze te selecteren. Ze worden dan geel. Als na controle de hele zin goed is, worden ze groen.

1: Mijn kamer is een grote bende terwijl zijn kamer erg schoon is.

2: Van onze ouders moet ik mijn kamer schoonmaken. En voor straf ook hun kamer.

3: Jouw schrift lag in hun kamer en ons boek lag daar ook.

4: Op het schrift stonden de woorden 'uw huis is niet het uwe'.

5: Ik wil jouw schift houden, want jij hebt nog steeds mijn nieuwe spelcomputer.

6: Ik heb nu de spelcomputer van jouw zusje geleend, maar ze wil haar spelcomputer graag terug.

7: Ik wil dus snel mijn computer terug, het is ook de mijne!

8: Een jongen uit mijn klas heeft ook een leuk spel, maar het is eigenlijk van zijn vader.

9: Die vader is gek op games en alle spellen in hun huis zijn dan ook de zijne.

10: Maar ik ga nu eindelijk die kamer poetsen met uw schoonmaakspullen.





Uitleg over: Bezittelijk voornaamwoord (possessief pronomen)
vorige oefening:
Bezittelijk voornaamwoord 1

Voor maar € 9,- per jaar leer je alles over de Nederlandse spelling en grammatica. Bestel nu!

Oefeningen:

Lidwoorden

Zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Voorzetsels

Werkwoorden

Zelfstandige Werkwoorden

Hulpwerkwoorden

Koppelwerkwoorden

Voegwoorden

Telwoorden

Persoonlijk voornaamwoord

Bezittelijk voornaamwoord

Wederkerend voornaamwoord

Wederkerig voornaamwoord

Vragend voornaamwoord

Aanwijzend Voornaamwoord

Betrekkelijk Voornaamwoord

Onbepaald Voornaamwoord

Bijwoord

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2020. Alle rechten voorbehouden.