Score
0%
1: De bloemetjes (bloeien) in de lente.
2: De chauffeurs (laden) de vrachtwagens met de goederen.
3: Er (kantelen) gisteren heel veel boten door de storm.
4: De advocaten van die bekende crimineel (pleiten) vrijspraak voor hun cliënt.
5: Die twee meisjes (praten) vorige les de hele tijd tijdens de uitleg.
6: Alle kinderen met de griep (herstellen) vorige week erg snel.
7: De inbrekers (verstoppen) zich in een portiek.
8: De positieve berichten tijdens de vorige rapportvergadering (verrassen) mij.
9: We (missen) de laatste trein, daarom waren we bij tante Annie blijven slapen.
10: We (missen) onze vriendin, daarom waren we op bezoek geweest.