jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: voltooid deelwoord 2

Score

0%


1: Dat is vorige week al (doen).

2: Dat is vorige maand al (gebeuren).

3: Ik ben naar de kapper (zijn).

4: Het is nooit (bewijzen) dat hij schuldig is.

5: Die ramen waren gelukkig niet (ingooien)

6: Mijn plantjes zijn helemaal (verdorren).

7: Het boek van een meisje uit b1m is (beschadigen).

8: De winkel is vanmorgen vroeg (sluiten).

9: Ik heb hem met zijn verjaardag (feliciteren).

10: Het water van die bloemen moet nog worden (verversen).





Uitleg over: voltooid deelwoord
vorige oefening:
voltooid deelwoord 1
volgende oefening:
voltooid deelwoord 3

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm TT

Persoonsvorm VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2012. Alle rechten voorbehouden.