Score
0%
1: Ik ben vorig jaar met Kerstmis (verhuizen).
2: De dierenarts had mijn kat (onderzoeken).
3: Alle supporters hadden tijdens de wedstrijd (juichen).
4: Dat is al lang geleden (gebeuren).
5: Ik ben door hem (hinderen).
6: Hij heeft al die jaren om aandacht (schreeuwen).
7: Die weg is jaren geleden al (aanleggen).
8: Die opdrachten zijn digitaal (aanleveren).
9: Denise, Joan, Bogenna, Sammy en Marisol hadden erg goed (dansen).
10: De programmeur van de website was erg (frustreren).