Score
0%
1: Ik (worden) gek van de werkwoordspelling.
2: Henk (worden) ook gek van al die gekke werkwoorden.
3: Je zegt het hetzelfde, maar je schrijft het anders. Vaak (worden) een werkwoord ook verkeerd geschreven.
4: Het werkwoord worden (worden) het vaakst verkeerd geschreven denk ik.
5: (Worden) jij er nu ook al gek van?
6: Of (worden) je niet zo snel gek gemaakt door de spelling?
7: (Worden) je moeder wel gek van de spelling?
8: En (worden) jouw vader ook een beetje chagrijnig van deze werkwoorden?
9: Als je het snapt, (worden) de spelling veel makkelijker.
10: Ik (worden) soms wel een beetje gek van alle fouten die worden gemaakt