Score
0%
Dit is uitleg
1: Met mijn moeder heb ik vanmiddag heerlijk (wandelen)
2: Dory heeft een mooie speech (houden).
3: Ik kreeg een nieuw contract (aanbieden).
4: Sonja had gisteren veel te veel (eten).
5: Bij de bakker had zij een boek (vinden).
6: Zij had haar kaart (inleveren) bij de docent.
7: Hij heeft nog nooit zijn ongelijk (toegeven).
8: Pim heeft de wedstrijd (winnen).
9: Tijdens het kaarten heeft hij (bluffen).
10: Piet is gelukkig nog nooit (pesten).