Score
0%
Zet de werkwoorden in de tegenwoordige tijd en in de ik-vorm (de aangepaste stam).
1: oefenen -
2: spellen -
3: spelden -
4: naaien -
5: suggereren -
6: reageren -
7: filmen -
8: lezen -
9: vertalen -
10: behouden -
11: handelen -
12: overdrijven -
13: specialiseren -
14: leven -
15: redeneren -
16: argumenteren -
17: krijgen -
18: geven -
19: straffen -
20: beveiligen -