jufmelis.nl
Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen
De stam
De stam van een werkwoord is: het hele werkwoord -en
Voorbeeld:
- werkwoord: bereiken
- stam: bereik
- werkwoord: verhuizen
- stam: verhuiz
- werkwoord: lopen
- stam: lop
- werkwoord: beloven
- stam: belov
Deze stam heb je nodig als je 't kofschip gaat gebruiken.
Meestal spreek je van de aangepaste stam, de aangepaste stam is precies hetzelfde als de ik-vorm.
Voorbeeld:
- werkwoord: bereiken
- stam: bereik
- werkwoord: verhuizen
- stam: verhuis
- werkwoord: lopen
- stam: loop
Als ik spreek van de 'stam' dan bedoel ik dus de 'aangepaste stam'.
Stam (ik-vorm)
de stam
Persoonsvorm TT
persoonsvorm TT ik
persoonsvorm TT ik 5 nieuw
persoonsvorm TT jij
persoonsvorm TT jij 4 nieuw
persoonsvorm TT jij 5 nieuw
persoonsvorm TT hij zij het
persoonsvorm TT hij zij het 3 nieuw
persoonsvorm TT hij zij het 4 nieuw
persoonsvorm TT hij zij het 5 nieuw
Gebiedende wijs
gebiedende wijs 2 nieuw
pv tegenwoordige tijd enkelvoud
pv tegenwoordige tijd door elkaar
Persoonsvorm VT
pv verleden tijd enkelvoud
pv verleden tijd meervoud
pv verleden tijd door elkaar
Voltooid deelwoord
voltooid deelwoord
Persoonsvorm TT VT
Persoonsvorm TT en VT