jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: voltooid deelwoord 1

Score

0%


1: Ik ben gisteren niet thuis (blijven).

2: Mijn vrienden hebben me om half negen (ophalen)

3: Ze waren helemaal naar Eindhoven (fietsen).

4: We zijn daarna naar de disco (gaan).

5: Ik heb gisteren in de disco (dansen)

6: Ik heb mijn spullen (verhuizen).

7: Vorige week had ik de kaartjes al (kopen)

8: De kaartjes voor deze disco zijn namelijk snel (uitverkopen).

9: Voor de kaartjes heb ik een maand (sparen).

10: Het was veel werk, maar ik had er ook hard voor (werken).





Uitleg over: voltooid deelwoord
volgende oefening:
voltooid deelwoord 2

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.