jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: voltooid deelwoord 4

Score

0%


1: Zij is docent (worden).

2: Hij heeft jaren in een klooster (wonen).

3: Hij heeft daar met vele andere mensen (leven).

4: Ik ben naar mijn werk (fietsen).

5: Hij is door elkaar (rammelen).

6: Het hele huis is gisteren (stofzuigen).

7: De stofzuiger is vorige week door een meneer (maken).

8: Ik heb mijn score (verdubbelen).

9: Zo'n goede score had ik nog nooit (behalen).

10: Ik ben blij dat ik gisteren het spel van mijn broer heb (lenen).





Uitleg over: voltooid deelwoord
vorige oefening:
voltooid deelwoord 3
volgende oefening:
voltooid deelwoord 5

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm TT

Persoonsvorm VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2012. Alle rechten voorbehouden.