Score
0%
Zet de werkwoorden in de tegenwoordige tijd en in de ik-vorm (de aangepaste stam).
1: mekkeren -
2: miauwen -
3: stouwen -
4: vertrouwen -
5: verleiden -
6: blaffen -
7: rijden -
8: horen -
9: zeggen -
10: twijfelen -
11: weifelen -
12: laten -
13: vallen -
14: richten -
15: verliezen -
16: waken -
17: werken -
18: ontwikkelen -
19: groeien -
20: krimpen -