Score
0%
1: Vorige week (zijn) ik in de stad.
2: Ik (besteden) geen aandacht aan de vele geïrriteerde mensen.
3: Alle leerlingen (zwaaien) naar die jongens.
4: Iedereen (besteden) aandacht aan ze.
5: Gelukkig (rennen) wij heel hard toen wij bijna te laat waren.
6: Sander (rennen) vorige week ook erg hard.
7: De moeder (verwennen) de kinderen te veel.
8: De kinderen (maken) hele lieve knutselwerken voor hun moeder.
9: De politie (vermoeden) dat er sprake was van misdrijf.
10: Niemand (willen) nog met hem mee naar het spookhuis.