Score
0%
1: Het vliegtuig (landen) in het gras.
2: De piloot (manoeuvreren) het vliegtuig tussen de bomen.
3: De kat (miauwen) toen hij werd geaaid.
4: Vroeger (dammen) ik regelmatig met mijn vader.
5: Pieter (springen) van de hoge duikplank.
6: Milou (fotograferen) haar vriendin.
7: B1m (kanoën) met hun mentor.
8: De juf (zoeken) een plaatje van een fez op internet.
9: Ze (googelen) op het woord 'fez'.
10: Op de beamer (zien) de leerlingen een illustratie van het hoofddeksel.