Score
0%
1: De planten (bloeien) vorig jaar zo mooi.
2: Het (regenen) dan ook erg veel.
3: Wij (lachen) vroeger om de goede grappen van Sander.
4: Ik (lunchen) vanmorgen met een leuke meneer.
5: Dat nieuwe jurkje (kosten) vorige week veel meer dan deze week.
6: De tuinman (kappen) enkele maanden geleden onze boom om.
7: Noor (knippen) afgelopen woensdag de haren van mijn collega.
8: Het managementteam (brainstormen) vorige week de hele dag in een hutje op de hei.
9: Annemarie (lusten) geen appelmoes toen ze zo ziek was.
10: Wij (wachten) vorige week minimaal drie kwartier op de dokter.