Score
0%
1: Hij (onthouden) de woordjes nooit na één keer doorlezen.
2: Hij (wennen) snel op de nieuwe school.
3: (twijfelen) niet aan jezelf!
4: Marly (zorgen) vaak voor het klassenboek.
5: Joey (voetballen) erg graag.
6: Jeroen (kennen) al heel veel leerlingen van de school.
7: Zij (vinden) dat ze een zware boekentas heeft.
8: Jeffrey (maken) zijn huiswerk op tijd.
9: Denice (vinden) Frans en Nederlands de leukste vakken.
10: Het handschrift van Rick (zijn) veranderd.