Score
0%
1: Jeffrey (maken) de opdrachten erg snel.
2: Amy (tekenen) graag paarden op haar overhoring.
3: Maurits en Mathijs (werken) vandaag samen uit een boek.
4: Soms (worden) de juf gek van het gekwebbel.
5: Estee (halen) een hoog cijfer.
6: Jessica (kennen) al heel veel woordjes van de woordenlijst.
7: Koen (mailen) zijn brief.
8: Bas (schrijven) AZ zonder hoofdletters.
9: De fiets van Ashley (gaan) soms kapot als ze naar school gaat.
10: Vandaag (rijden) mevrouw Melis met de auto naar school.