Score
0%
1: William (kunnen) netjes schrijven.
2: Joris (hebben) kaartjes gemaakt.
3: Danielle (houden) van lezen.
4: Ik (vinden) lezen ook leuk.
5: Quincy (spellen) de woorden in het dictee bijna allemaal goed.
6: Maartje (vieren) haar verjaardag vandaag.
7: Anouk (geven) het huiswerk door aan Anke.
8: Elisa (survivallen) graag op kamp.
9: Iris (schrijven) lange brieven.
10: Soms (vergeten) iemand zijn of haar boeken.