Score
0%
Geef hier de hij/zij-vorm van de volgende werkwoorden uit het Engels. Zet de woorden in de tegenwoordige tijd!
1: bloggen – hij
2: flippen – hij
3: flirten – hij
4: hockey – hij
5: hiphoppen – hij
6: pimpen – hij
7: lunchen – hij
8: trainen – hij
9: zoomen – hij
10: turnen – hij