Score
0%
1: (stoppen)!
2: (eten) met je mond dicht!
3: (gaan) naar je kamer!
4: (zetten) je muziek zachter!
5: (gaan) weg!
6: (zitten)!
7: (geven) antwoord!
8: (geven) poot!
9: (doorlopen) !
10: (rennen) voor je leven!