Score
0%
1: Jij (lopen) naar de stad.
2: (lopen) jij naar de stad?
3: Jij (rennen) naar huis.
4: (rennen) jij naar huis?
5: Jij (worden) morgen 15 jaar.
6: (worden) jij morgen 15 jaar?
7: Jij (drinken) graag limonade.
8: (drinken) je ook graag thee?
9: (lezen) jij altijd de krant?
10: (lezen) je altijd de krant?