Score
0%
1: Soms (worden) ik midden in de nacht wakker.
2: (hebben) ik dat al gezegd?
3: Morgen (gaan) ik lekker broodjes kopen op de markt.
4: Ik (boeken) mijn reis altijd online.
5: Gisteren (hebben) ik dat schilderij gemaakt.
6: Ik (schilderen) graag.
7: Tekenen (vinden) ik minder leuk.
8: Ik (kunnen) het boek niet vinden.
9: Ik (zoeken) het al uren.
10: Zonder boek (zijn) het lastig om voor de test te leren.