jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: persoonsvorm TT hij zij het 1

Score

0%


1: Hij (gaan) nieuwe kleren kopen.

2: Het (gaan) binnenkort regenen.

3: (vieren) hij zijn verjaardag morgen?

4: Hij (klussen) iedere dag.

5: (regenen) het op 1 januari?

6: (computeren) hij iedere dag?

7: Hij (worden) morgen verrast met een mooi cadeau.

8: (drinken) hij altijd cola light?

9: (laten) hij altijd de deur open staan?

10: Hij (bestuderen) de stof erg goed.





Uitleg over: pv tegenwoordige tijd
volgende oefening:
persoonsvorm TT hij zij het 2

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.