jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Betrekkelijk voornaamwoord: betr. vnw. (relatief pronomen)

De belangrijkste betrekkelijke voornaamwoorden zijn: die en dat.

Andere betrekkelijke voornaamwoorden zijn: wie, wat, hetgeen en welk(e).


Een betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op (verwijst naar) een woord dat er vlak voor staat (of woorden die er vlak voor staan) . Betrekkelijke voornaamwoorden staan aan het begin van een bijvoeglijke bijzin.


Voorbeelden:

  • Het boek dat ik van juf Melis heb gekregen. (dat verwijst naar het boek)
  • De verhalen die ik voor Nederlands moest schrijven. (die verwijst naar de verhalen)
  • Hij is iemand, wie ik zoiets nooit zou toevertrouwen.
  • Dat is alles, wat ik wilde zeggen.


Dat wordt gebruikt bij het-woorden.

Die wordt gebruikt bij de-woorden.


Let op: De woorden die en dat kunnen zowel betrekkelijk voornaamwoord als aanwijzend voornaamwoord zijn. Een aanwijzend vnw. staat voor het zelfstandig naamwoorden (die kast) het betrekkelijk vnw. staat achter het zelfstandig naamwoord.



Het alfabet

Als of dan

Interpunctie

Afbreken

Lidwoorden invullen

Aanwijzend voornaamwoord invullen

Wederkerende voornaamwoorden invullen

Werkwoordstijden

Wijten of danken

NT2

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2018. Alle rechten voorbehouden.