jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Uitleg werkwoordspelling

Het is belangrijk om eerst te bepalen of het werkwoord een pv (persoonsvorm) is. Daarna kijk je of de pv in de tegenwoordige tijd staat of in de verleden tijd.

Tegenwoordige tijd

Als de pv in de tegenwoordige tijd staat zijn er maar drie mogelijkheden:

  • stam
  • stam+t
  • hele werkwoord (stam +en)
ik stam
jij stam+t
stam jij?
hij/zij/het
u
stam+t
wij/jullie/zij hele werkwoord

Opmerking: Als 'jij' er achter staat dan gebruik je dus alleen de stam (ik-vorm)!


Voorbeelden:

ik smurf
jij smurft
smurf jij?
hij/zij/het
u
smurft
wij/jullie/zij smurfen
ik loop
jij loopt
loop jij?
hij/zij/het
u
loopt
wij/jullie/zij lopen
ik word
jij wordt
word jij?
hij/zij/het
u
wordt
wij/jullie/zij worden


Stam (ik-vorm)

Werkwoordrij

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Persoonsvorm TT en VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Vormen van het werkwoord herkennen

Werkwoordspelling door elkaar

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2019. Alle rechten voorbehouden.