Aanwijzend voornaamwoord
Aanwijzende voornaamwoorden zijn onder andere: deze, die, dit en dat.
Een aanwijzend voornaamwoord kan in plaats van het lidwoord staan voor een zelfstandig naamwoord (de leerling, die leerling). Het aanwijzend voornaamwoord verwijst naar het zelfstandig naamwoord.
Voorbeelden:
- voor de-woorden gebruik je die of deze
- de jongen - deze / die jongen
- de avond - deze / die avond
-
voor het-woorden gebruik je dat of dit
- het meisje - dit / dat meisje
- het huis - dit / dat huis
Denk aan:
- verkleinwoorden zijn altijd het-woorden
- het gebakje - dat gebakje - dit gebakje
- het meervoud krijgt altijd de
- de opdrachten - die opdrachten - deze opdrachten
Voor de uitleg van het juiste gebruik van de en het verwijs ik je graag naar: uitleg lidwoorden.

