jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Meewerkend voorwerp

Uitleg

Een meewerkend voorwerp kan in een zin staan, maar dat hoeft niet. Er staat altijd maar maximaal één meewerkend voorwerp (mv) in een zin.
Het meewerkend voorwerp (mv) kun je vinden door de volgende vraag te stellen:


mv: aan/voor wie + wwg + ow + (lv)?


Let op: Het voorzetsel 'aan' of 'voor' kan bijna altijd worden weggelaten of toegevoegd bij het meewerkend voorwerp.



Voorbeelden

mv: aan/ voor wie + wwg + ow + (lv)?


  • Hij heeft aan Sanne een cadeau gegeven.
    • pv: heeft
    • zinsdelen maken
    • wwg: heeft gegeven
    • ow: wie/wat heeft gegeven?:hij
    • lv: wie/wat heeft hij gegeven?: een cadeau
    • mw: aan (voor) wie heeft hij een cadeau gegeven?: aan Sanne
    Let op: in deze zin kun je eenvoudig het voorzetsel ‘aan’ weglaten: ‘Hij heeft Sanne een cadeau gegeven.’ Als dat kan, weet je dus al dat je te maken hebt met een meewerkend voorwerp.
  • Vorige week wilden Bart, Kees en Ben een cadeaubon gaan kopen voor de jarige juf.
    • pv: wilden
    • zinsdelen maken
    • wwg: wilden gaan kopen
    • ow: wie/wat wilden gaan?: Bart, Kees en Ben
    • lv: wie/wat wilden Bart, Kees en Ben gaan kopen?: een cadeaubon
    • mv: voor wie wilden Bart, Kees en Ben een cadeaubon gaan kopen?: voor de jarige juf
  • Ik hang mijn jas aan de kapstok.
    • pv: hang
    • zinsdelen maken
    • wwg: hang
    • ow: wie/wat hang(t)?: ik
    • lv: wie/wat hang ik?: mijn jas
    • mv: aan/voor wie hang ik?: geen mv in deze zin!


persoonsvorm

zinsdelen

werkwoordelijk gezegde

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2014. Alle rechten voorbehouden.