jufmelis.nl
Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen
print deze pagina
Het voorzetsel:VZ
Voorzetsels kun je invullen op de volgende puntjes:
...de kast (de kooi)
...het schoolfeest (de vergadering)
Voorbeelden:
- In de kast
- Op de kast
- Achter de kooi
- Naast de kooi
- Onder het kleed
- Tijdens het schoolfeest.
- Na het schoolfeest.
- Bij de kast.
Let op:
Soms heb je niet te maken met een voorzetsel maar met een scheidbaar werkwoord. Dan bestaat het werkwoord uit twee delen:
- Nakijken: Ik kijk het werk na.
- Opstaan: Ik sta altijd om 6 uur op.
Na en op zijn in deze zinnen geen voorzetsels, maar ze horen gewoon bij het werkwoord!
Lidwoorden
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Voorzetsels
Werkwoorden
Zelfstandige Werkwoorden
Hulpwerkwoorden
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Wederkerend voornaamwoord
Wederkerig voornaamwoord
Vragend voornaamwoord
Aanwijzend Voornaamwoord
Betrekkelijk Voornaamwoord
Onbepaald Voornaamwoord
Bijwoord