Het voorzetsel:VZ
Voorzetsels kun je invullen op de volgende puntjes:
...de kast (de kooi)
...het schoolfeest (de vergadering)
Voorbeelden:
- In de kast
- Op de kast
- Achter de kooi
- Naast de kooi
- Onder het kleed
- Tijdens het schoolfeest.
- Na het schoolfeest.
- Bij de kast.
Let op:
Soms heb je niet te maken met een voorzetsel maar met een scheidbaar werkwoord. Dan bestaat het werkwoord uit twee delen:
- Nakijken: Ik kijk het werk na.
- Opstaan: Ik sta altijd om 6 uur op.
Na en op zijn in deze zinnen geen voorzetsels, maar ze horen gewoon bij het werkwoord!

