Score
0%
1: Het Amsterdams (p...l) is de gemiddelde hoogte van de (dagel...kse) vloed bij Amsterdam.
2: Het (waterp...l) (st...gt) vandaag niet zo hard meer.
3: Marij kreeg honger en at haar salade van (and...vie) en (pr...).
4: Ik had (p...n) aan mijn hart dus belde ik de dokter, ik wilde (namel...k) niet te lang pijn (l...den).
5: Ik (tw...fel) niet aan jouw (eerlijkh...d), zei de baas die de (l...ding) had gekregen over het project.
6: Dat is een (k...harde) steen uit (Oostenr...k).
7: (B...de) (p...len) waren met dezelfde boog afgeschoten.
8: Ik (...s) dat u (onmiddell...k) uw (ongel...k) toegeeft!
9: Zouden (r...ke) mensen minder in (tr...nen) (r...zen)?
10: Ik heb de (n...ging) om (kl...ne) (karw...tjes) uit te stellen.