Meervoud (znw) - beginner
Het meervoud van zelfstandig naamwoorden
Algemeen
De meeste zelfstandige naamwoorden (znw) hebben een enkelvoud en een meervoud. Er zijn ook zelfstandig naamwoorden die alleen maar in het meervoud voorkomen (hersenen/hersens) of alleen in het enkelvoud (zand, politie).
De meervoudsuitgangen van de meeste zelfstandige naamwoorden zijn:
- -(e)n
- –s
- -eren
Voorbeelden:
- paard - paarden
- beker - bekers
- ei - eieren
Soms moet je de laatste letter van het enkelvoud verdubbelen, anders krijg je een verkeerde uitspraak:
- pak - pakken
- les - lessen
- pet - petten
Soms moet je een klinker weglaten:
- paal - palen
- beer - beren
- boom - bomen
Soms verandert de laatste letter bij de -s of de -f:
- huis - huizen
- neef - neven

