Score
0%
1: Paul de (astron...t) ging op (...diëntie) bij de (p...s).
2: Hij werd gebracht door een (ch...ffeur) in een (bl...we) (...to).
3: De (ch...ffeur) was voor dag en (d...w) opgestaan om Paul weg te brengen.
4: Ook ging Paul naar de (in...guratie) van de nieuwe president, hij was (tern...wernood) op tijd voor de plechtigheid.
5: Paul had door zijn (tr...ma) last van (cl...strofobie) in de (n...we) straten.
6: Hij kon (n...welijks) nog ademen en hij begon (g...w) te (kn...wen) op zijn nagels, vlak daarna viel hij (fl...w).
7: Aan het eind van de (in...guratie) was er een luid (appl...s).
8: Paul had honger gekregen en haalde een zakje (...todrop) uit de (...tomaat).
9: Hij (k...wde) lang op ieder dropje en ondertussen keek hij naar een kat die over het hek (kl...terde).
10: 's Avonds ging Paul samen met Claudia naar een (m...soleum) en daarna naar de (s...na).