Score
0%
1: Honden vinden het leuk om te (a...orteren).
2: In (a...ril) hebben sommige mensen een kikker in hun bil.
3: Wat een (da...er) kind is dat!
4: De (po...enkastspeler) had al jaren last van zijn rug door al het hurken.
5: Het (o...otten) van geld is iets dat veel ouderen doen.
6: De website is sinds vrijdag (o...erationeel).
7: Zou jij je rotzooi willen (o...akken)?
8: Geef jij het (ko...je) even aan?
9: De voetballer was erg goed in het op goal (ko...en) van de ballen.
10: Die lekkende (ko...akking) heeft ons al veel geld gekost, gelukkig heeft de garage het nu eindelijk kunnen maken.