Score
0%
1: De (su...orter) was teleurgesteld na de nederlaag van zijn team.
2: Het publiek (a...laudisseerde) na het prachtige nummer dat ze had gezongen.
3: Het (a...artement) is vanaf volgende week te huur voor meer dan 300 euro.
4: Ze heeft wel de (ca...aciteiten) om havo te doen, helaas niet de inzet.
5: Ze hebben (a...arte) slaapkamers sinds ze uit elkaar zijn.
6: Het (brandblusa...araat) staat in de gang van het flatgebouw.
7: Hij is al jaren (su...oost) in dat museum.
8: Veel mensen zijn jaloers op de glamour en het (a...eal) van de Hollywoodsterren.
9: De (a...elboom) van mijn moeder heeft dit jaar heel veel appels gegeven.
10: Het (a...laus) deed pijn aan de oren.