Score
0%
1: Ik vind de (cadeauverpa...ing) van dat kleine winkeltje erg mooi.
2: De lekkende (koppa...ing) veroorzaakte een hoop trammelant.
3: De (monni...en) waren allemaal in prima conditie.
4: De kleinkunstenaar was zijn (kni...ers) kwijt geraakt, hij wilde ze gebruiken in een toneelstuk.
5: De hongerige scholier had gelukkig de laatste (kro...et) kunnen bemachtigen.
6: Jesse had een mooie (cir...el) getekend.
7: Een vakantiehuisje met (a...ommodatie) voor zes personen werd ons aangeboden door de reisorganisatie.
8: De (a...u) gaf problemen door het aanhoudende koude weer.
9: Het maken van een site eist grote (a...uratesse).
10: Het schaap (me...erde) de hele dag.