Score
0%
1: een (moeilijk) opdracht
2: de (fantastisch) meneer Vos
3: een (goud) horloge
4: de (zilver) kandelaar
5: het (wit) horloge
6: een (langzaam) werknemer
7: de (onaardig) verkoopster
8: het (leer) rokje
9: het (blauw) rokje
10: de (oud) collega