Score
0%
1: Claire en Bregje zaten naast elkaar in de klas.
2: De juf woont in Eindhoven.
3: De meeste leerlingen uit de klas wonen in Geldrop of Mierlo.
4: Heb je goed geleerd voor de test?
5: Vind jij het leuk om huiswerk te maken?
6: Joepie is een grote, dikke, zwarte kat.
7: Het konijn eet de blaadjes van de hortensia.
8: De was hangt aan de waslijn op de zolder.
9: De auto van mijn vader staat niet in de garage.
10: Evana en Linda giechelden tijdens de les.