Score
0%
1: Ik heb gegeten.
2: Hij is gegaan.
3: Wij wilden gaan.
4: Ik ben geknipt.
5: De dokter had haar onderzocht.
6: Ik ben juf geworden.
7: Ik heb erg veel thee gedronken.
8: Ik heb haar opgehaald.
9: Piet is naar de stad geweest.
10: Samen zijn we in het park geweest.