Score
0%
Klik op de woorden om ze te selecteren. Ze worden dan geel. Als na controle de hele zin goed is, worden ze groen.
1: In de kast staat de snoeppot.
2: Op het aanrecht ligt een theezakje.
3: De krant ligt naast de bank.
4: Onder de auto ligt een snoeppapiertje.
5: Tijdens het schoolfeest viel ik in slaap.
6: Ik zit met mijn hoofd tussen de deur.
7: Ik loop met mijn hond.
8: Ik ga morgen naar mijn oma.
9: Hij woont aan de haven.
10: De inbreker stond achter de deur.