Als of dan?
Na een ongelijkheid (vergrotende trap) schrijf je dan.
Na een gelijkheid (stellende trap) schrijf je als.
Voorbeelden:
- Zij is groter dan ik.
- Ik ben liever dan Sacha.
- Ik ben even groot als Yael.
- Bas is even slim als Mohammed.
Na een ongelijkheid (vergrotende trap) schrijf je dan.
Na een gelijkheid (stellende trap) schrijf je als.