Score
0%
1: Ik ben groter Sam.
2: Hij kiest hetzelfde vakkenpakket zijn vriendin.
3: Linda reist verder Monique.
4: Ik heb een veel dikker boek gelezen de vorige keer!
5: Dat spel is leuker dat oude spel.
6: Ik heb even goed geleerd jij.
7: Sanne is sneller haar broer.
8: Mijn cijfers voor wiskunde zijn hoger de cijfers van mijn vriendje.
9: Ik vind versgeperste jus d'orange veel lekkerder uit een pak.
10: Ik ben nog steeds even moe vorige week.